vlo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlo
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘insect’ voor het eerst aangetroffen in 1287 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord vlo vlooien
verkleinwoord vlooitje
vlootje
vlooitjes
vlootjes

Zelfstandig naamwoord

vlo v/m

  1. (dierkunde) (insecten) vleugelloze bloedzuigende huidparasiet
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen