vlijm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlijm
Woordherkomst en -opbouw
  • Via het Latijnse phle(bo)tomus ("lancet") ontleend aan het Oudgriekse φλεβοτόμος (phlebotomos; "ader-snijdend"). Het Middelnederlands kende twee vormen: enerzijds vlime (met een ontwikkeling zoals bij krijt), anderzijds vlieme (met een ontwikkeling zoals bij biet). Het bijvoeglijke naamwoord is verkort uit vlijmscherp.
enkelvoud meervoud
naamwoord vlijm vlijmen
verkleinwoord vlijmpje vlijmpjes

Zelfstandig naamwoord

vlijm v/m

  1. (medisch) scherp snijinstrument dat eertijds gebruikt werd bij het aderlaten
    • De chirurgijn kwam er al aan met zijn verzameling vlijmen en een kom voor het bloed. 
  2. zeer scherp mesje voor andere toepassingen
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stellend
onverbogen vlijm
verbogen vlijme

Bijvoeglijk naamwoord

vlijm

  1. vlijmscherp.

Werkwoord

vervoeging van
vlijmen

vlijm

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vlijmen
    • Ik vlijm. 
  2. gebiedende wijs van vlijmen
    • Vlijm! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vlijmen
    • Vlijm je? 

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be