vlier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Sambucus nigra
Uitspraak
Woordafbreking
  • vlier
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: vlieder
Oudnederlands: fliethar
Germaans: *flioþra
  • Dialectisch:
Noordoostelijk: vledder, Oost- en West-Vlaams: vliender, vlinder
  • Verwant in Germaans:
West: Nedersaksisch: Fleder, Flieder (Middelnederduits: vlēder, vlieder), Fries: flear (Dongeradeel: fleur, Ameland: flarieboom), waaruit Noord-Hollands vlaer, vlare, vlaarde [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord vlier vlieren
verkleinwoord vliertje vliertjes

Zelfstandig naamwoord

vlier [3] [4] [5] [6]

  1. m Sambucus op Wikispecies heester die bessen draagt
  2. v/m Matthiola annua op Wikispecies een kruisbloemige sierbloem violier
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen