vliegtuigmonteur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlieg·tuig·mon·teur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vliegtuigmonteur vliegtuigmonteurs
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vliegtuigmonteur m

  1. (beroep) iemand die voor zijn beroep vliegtuigen bouwt, onderhoudt of repareert
    • Een vliegtuigmonteur is iemand die vliegtuigen repareert. 

Gangbaarheid