vliegerij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlie·ge·rij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vliegerij vliegerijen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vliegerij v [1]

  1. alles wat met de luchtvaart te maken heeft
    • Volgens luchtvaartjuristen zou Rusland met zo’n zware sanctie wel in strijd handelen met afspraken binnen VN-wereldorganisatie ICAO, die politieke beperkingen tegengaan. „Rusland, dat dit verdrag van Chicago ook heeft ondertekend, zou zich buiten de wet plaatsen met een grote kans om een paria in de vliegerij te worden.” [2] 
    • „Steeds meer geavanceerde wapensystemen komen in verkeerde handen. Dat is zeer bedreigend voor de vliegerij. In de cockpit moeten we kunnen uitgaan van 100 procent betrouwbare informatie om veilig van A naar B te vliegen. Niet alleen van onze vliegmaatschappijen, maar ook van overheden. Vooral aan dat laatste schort het, zodat risicoanalyses worden geschaad”, vindt Verhagen. [3] 
    • IJzel heeft waarschijnlijk de crash van een sportvliegtuig in de Noordzee op zeven kilometer uit de kust bij Petten veroorzaakt. De bejaarde Duitse piloot kwam maandag om het leven. Dat zegt luchtvaartdeskundige Martin Duijvestijn, die veel ervaring heeft met de 'kleine vliegerij'. Voormalig KLM-captain en veiligheidsexpert Benno Baksteen bevestigt die mogelijkheid. [4] 
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Telegraaf PAUL ELDERING 07 aug. 2014 Strop dreigt voor Air France KLM
  3. De Telegraaf PAUL ELDERING 09 sep. 2014 Piloten eisen data conflictgebieden
  4. De Telegraaf PAUL ELDERING 06 jan. 2016 IJzel mogelijk oorzaak crash vliegtuig