vliegengaas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlie·gen·gaas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vliegengaas
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vliegengaas o

  1. een gaas met mazen die klein genoeg zijn voor het tegenhouden van vliegen en andere insecten
    • Op de dijk hangen verse scharren in een kast met vliegengaas te drogen. [1] 
    • Ook de drie andere ok's gingen maandag voor de zekerheid dicht. Alle ok's krijgen nu vliegengaas voor de ventilatoren, er komen speciale lampen die vliegen doden en er wordt grondig chemisch gereinigd. [2] 
    • Achter een klapdeur met vliegengaas staat een man met een dikke buik. [3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.


Verwijzingen

  1. NRC Ine Poppe 7 mei 2004 Een jurk van sliptongetjes
  2. Tubantia 07-11-11 Operatiekamer Atrium blijft toch dicht
  3. NRC Henk Hofstede 16 april 1999 Vleermuizen op gitaar