vleug

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vleug
enkelvoud meervoud
naamwoord vleug vleugen
verkleinwoord vleugje vleugjes

Zelfstandig naamwoord

vleug v/m

  1. een hoeveelheid gasvormige substantie die men ruikend waarneemt
    • Snel een vleugje parfum en wat make-up en weg was ze. 
  2. (figuurlijk) een zeer kleine hoeveelheid
    • Toen de scholier een 4 voor zijn proefwerk haalde, was zijn laatste vleugje hoop om over te gaan naar het volgende jaar vervlogen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie