vlakaf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlak·af
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

vlakaf [1]

  1. zonder omwegen, vlakuit

Gangbaarheid

41 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen