vitne

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • vit·ne
Woordherkomst en -opbouw
  • (Werkwoord) afkomstig van het Oudnoorse werkwoord vitna.
  • (Zelfstanid naamwoord) afkomstig van het Oudnoorse zelfstandige naamwoord vitni.
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vitne
vitner
vitnet
vitna
vitnet
vitna
Klasse 1 zwak

Werkwoord

vitne

  1. getuigen
  2. (juridisch) getuigen
  3. (religie) Gods woord verkondigen
  4. aantonen, getuigen
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

vitne o

  1. getuige
  2. (religie) getuige, verkondiger
    «Dåpshandlingen utgjorde en viktig og høytidelig del av Jehovas vitners årlige sommerstevne.»
    De doop was een belangrijk en plechtig deel van de jaarlijkse zomercongres van de Jehovah's getuigen.
Verbuiging
o enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   vitne     vitnet     vitne     vitna
vitnene  
genitief   vitnes     vitnets     vitnes     vitnas
vitnenes  
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • vit·ne
Woordherkomst en -opbouw
  • (Werkwoord) afkomstig van het Oudnoorse werkwoord vitna.
  • (Zelfstanid naamwoord) afkomstig van het Oudnoorse zelfstandige naamwoord vitni.
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vitne
vitnar
vitna
vitna
Klasse 1 zwak

Werkwoord

vitne

  1. getuigen
  2. (juridisch) getuigen
  3. (religie) Gods woord verkondigen
  4. aantonen, getuigen
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

vitne o

  1. (juridisch) getuige
  2. (religie) getuige, verkondiger
Verbuiging
o enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   vitne     vitnet     vitne     vitna  
genitief                        
o
bijvorm
enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief                     vitni  
genitief                        
Afgeleide begrippen