visvangst

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vis·vangst
enkelvoud meervoud
naamwoord visvangst visvangsten
verkleinwoord visvangstje visvangstjes

Zelfstandig naamwoord

visvangst v

  1. het vangen van vis.
  2. hoeveelheid gevangen vis.
Vertalingen

Meer informatie