viskar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

viskar
Uitspraak
Woordafbreking
  • vis·kar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord viskar viskarren
verkleinwoord viskarretje viskarretjes

Zelfstandig naamwoord

viskar v/m [1]

  1. een kar waarmee een mobiele visboer vis vervoert en vis verkoopt
    • Mensen moet je niet onderschatten. Mijn laag opgeleide moeder keek altijd naar debatprogramma Het Capitool. Zei ze: ’Ik kan op z’n minst proberen om het te begrijpen’. Willem Wilmink citeerde bij de viskar uit Reinaert de Vos, omdat daar haring in voorkwam en de visboer daar vast oor naar had.”[2] 
    • De tweeling die met hun viskar dagelijks op markten in de regio Utrecht staat werd ondermeer staat al bekend ’al zingende vistweeling’. Hun een eigen vlog ’De Visbroeders Show’ op Youtube is razend populair. Daarom is het volgens het stel tijd voor een 'hele vette carnavalstrack'. Het feestnummer is vandaag officieel uitgebracht op iTunes.[3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf MARIE-THÉRÈSE ROOSENDAAL 02 dec. 2016
  3. de Telegraaf 11 nov. 2016