vishal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vis·hal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vishal vishallen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vishal v [1]

  1. grote overdekte ruimte waar vis wordt verhandeld
    • De renovatie van de Oude Vismijn in Gent, nu nog een leegstaande stadskanker in het historische centrum, begint volgende week. De groep Vic heeft daarvoor een bouwvergunning gekregen van het schepencollege. Eind 2008 moet alles af zijn. In de oude vishal komt een polyvalente zaal, in de kleine hal een visrestaurant. De renovatie kost acht miljoen euro. [2] 
    • Ondanks het voorbije rampjaar blijft de visveiling investeren in de toekomst. ‘Er wordt één miljoen euro geïnvesteerd in een nieuw koelsysteem, om de vishal op een constante temperatuur van 4 graden te houden. Op de kade komen er nieuwe water- en elektriciteitsvoorzieningen. Daarnaast moet een nieuw computerprogramma toelaten om verschillende vissoorten in blok te verkopen, zoals dat gebeurt in groenteveilingen. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen