viserer
Uiterlijk
- ·vi·se·rer
viserer
- tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van visere
viserer
- nominatief onbepaald gemeenschappelijk geslacht meervoud van viser
viserer
- (onbepaalde vorm mannelijk nominatief meervoud van viser)
- ↑ Taalhervorming 2005:
Rettskrivningsendringer fra 1. juli 2005 (in het Noors)
1.2.1.3 Hankjønns- og hunkjønnsord på trykklett -er