visbank

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vis·bank
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord visbank visbanken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

visbank v/m

  1. zitbank die men kan gebruiken om zittend te vissen
    • De centre console, waaraan de CC haar naam te danken heeft is exact in het midden geplaatst en daar is plek voor twee personen op de multifunctionele stuurbank. Door een slim klapsysteem is de bank te veranderen in een stasteun, maar ook in een achterwaarts gerichte visbank. [1] 
  2. ondiepe, visrijke plaats in zee
    • Dat is geen geringe opdracht. In de Noordzee staan tal van boorplatforms voor de winning van gas en olie. Veerboten varen heen en weer tussen het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Vissersboten gooien hun netten uit op de visbanken. Pleziervaartuigen zoeken hun weg langs de kust of steken de Noordzee over. Er zijn op de Noordzee bovendien militaire oefengebieden en natuurgebieden die de gewone scheepvaart moet mijden. [2] 
  3. standplaats op een vismarkt

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Telegraaf 13 jan. 2013 Test Yamarin 53 CC Cross
  2. De Telegraaf 31 jul. 2013 Nieuwe orde op krioelende Noordzee