visafslag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

visafslag Scheveningen
Uitspraak
Woordafbreking
  • vis·af·slag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord visafslag visafslagen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

visafslag m [1]

  1. plaats waar vissers vis aanbieden voor verkoop op een veiling
    • Eerder was er in Urk fraude op de visafslag. „Het roept een beeld op van een gesloten gemeenschap die eigen regels heeft en een eigen cultuur waar een voedingsbodem is voor afwijkend gedrag.”[2] 
    • De onvoorspelbare, altijd boeiende zee, de jachthaven met prachtige zeewaardige schepen, het superbrede strand, de enorme sluizen, de visafslag, de cruiseschepen en de voortdurend rokende hoogovens van Tata Steel.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
41 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf DANIEL VAN DAM 30 nov. 2017
  3. de Telegraaf JOOP DUIJS 15 jul. 2017
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be