vinkennet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vin·ken·net
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vinkennet vinkennetten
verkleinwoord vinkennetje vinkennetjes

Zelfstandig naamwoord

vinkennet o [2]

  1. net waarmee men vinken kan vangen
  2. net van touwen langs de railing van een schip

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen