vingerwijzing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vin·ger·wij·zing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vingerwijzing vingerwijzingen
verkleinwoord vingerwijzinkje vingerwijzinkjes

Zelfstandig naamwoord

vingerwijzing v [1]

  1. met de vinger iets aanwijzen
  2. het iemand ergens attent op maken
    • Recent las ik een uitspraak waarbij de rechter het verzoek voor een bewind afwees. De reden daarvan is niet opmerkelijk maar wel de vingerwijzing van de rechter. Het verzoek werd afgewezen omdat een geraadpleegde deskundige van mening was dat de persoon in kwestie geestelijk nog “te goed was” en dus zelf zijn belangen kon behartigen. Opmerkelijk is dat de rechter vervolgens aangeeft dat het opstellen van een Levenstestament op dat moment mogelijk (en raadzaam) is.[2] 
    • Bijzonder hard is de oorlogsheld over de in zijn ogen onnozele houding van de Duitse regering. „Als je die zo ziet, zou je kunnen denken dat zij geen flauw benul heeft óf dat het haar niet kan interesseren dat mensen in Oekraïne afgeslacht worden.” In een duidelijke vingerwijzing naar Rusland vraagt hij zich verder openlijk af of Merkel niet weet „waar de wapens voor de separatisten en de troepen vandaan komen”.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 28 apr. 2017
  3. de Telegraaf 06 feb. 2015
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be