vingerring
Uiterlijk
- Geluid: vingerring (hulp, bestand)
- IPA: / ˈvɪŋəˌrɪŋ / (3 lettergrepen)
- vin·ger·ring
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vingerring | vingerringen |
| verkleinwoord | vingerringetje | vingerringetjes |
- bandje van edelmetaal of ander stevig materiaal dat als sieraad om de vinger wordt gedragen
- ▸ Daar hun één vingerring niet genoeg was, lieten zij de middelvinger vrij maar staken de andere daarmee vol.[2]
- Het woord vingerring staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron E. SmedesDe Keltische achtergrond van het lied van Heer Halewijn in: De Gids., jrg. 109 deel 3 nr. 5 (mei 1946), P.N. van Kampen & zoon, Amsterdam, p. 82