vijandschap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vij·and·schap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vijandschap vijandschappen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vijandschap v

  1. een toestand van op voet van oorlog zijn, een toestand waarin men elkaar als tegenstander ziet
    • De vijandschap tussen Joden en Palestijnse Arabieren duurt al vele jaren. 
    • Van de vijandschap die de Roodhoofden eerst getoond hadden was niets meer over. Integendeel. [1] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 87