vierhonderdeenentwintigjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vier·hon·derd·een·en·twin·tig·jes

Zelfstandig naamwoord

vierhonderdeenentwintigjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord vierhonderdeenentwintig

Gangbaarheid