vierge
Uiterlijk
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| vierge | la vierge | vierges | les vierges |
vierge v
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk / vrouwelijk |
vierge | vierges |
vierge
- maagdelijk [1]; wat betrekking heeft tot maagden
- maagdelijk [2]; ongerept, teer, ongeschonden