vierenzestigje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vier·en·zes·tig·je

Zelfstandig naamwoord

vierenzestigje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord vierenzestig

Gangbaarheid