vierenvijftigjarige

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vier·en·vijf·tig·ja·ri·ge
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

vierenvijftigjarige

  1. verbogen vorm van de stellende trap van vierenvijftigjarig
    • De vulkaan werd weer actief na een vierenvijftigjarige periode zonder uitbarstingen. 
Schrijfwijzen
enkelvoud meervoud
naamwoord vierenvijftigjarige vierenvijftigjarigen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vierenvijftigjarige m / v

  1. levend wezen dat 54 jaar oud is of iets dat 54 jaar bestaat
    • De vierenvijftigjarige heeft zijn vijf jaar jongere echtgenote tijdens zijn studie in Deventer leren kennen. 
Schrijfwijzen

Gangbaarheid