vestigingsverdrag
Uiterlijk
- ves·ti·gings·ver·drag
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vestigingsverdrag | vestigingsverdragen |
| verkleinwoord | vestigingsverdragje | vestigingsverdragjes |
- verdrag met een ander land betreffende de vestiging van buitenlanders
- Het woord 'vestigingsverdrag' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.