verzwijgt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·zwijgt

Werkwoord

vervoeging van
verzwijgen

verzwijgt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verzwijgen
    • Jij verzwijgt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verzwijgen
    • Hij verzwijgt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van verzwijgen
    • Verzwijgt!