verzwakken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·zwak·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verzwakken
verzwakte
verzwakt
zwak -t volledig

Werkwoord

verzwakken

  1. (overgankelijk) zwakker maken
    Het weinige slapen zal hun weerstand verzwakken.
  2. (ergatief) zwakker worden
    Zij verzwakken door een tekort aan slaap.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen