verzwakken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·zwak·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van zwak met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verzwakken
verzwakte
verzwakt
zwak -t volledig

Werkwoord

verzwakken

  1. overgankelijk zwakker maken
    • Het weinige slapen zal hun weerstand verzwakken. 
  2. ergatief zwakker worden
    • Zij verzwakken door een tekort aan slaap. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.