verzeggen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·zeg·gen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

verzeggen [2]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verzeggen
verzegde
verzegd
zwak -d volledig
  1. niet meer over iets kunnen beschikken omdat het aan iemand beloofd is
  2. een belofte verbreken
    • Het gaat om 350 woorden die vijf eeuwen ouder zijn dan het bekende zinnetje ‘Hebban olla vogala...’. Wonderlijke woorden, zoals ‘frifrasagin’: de verloving met een vrouw (fri) verbreken (‘verzeggen’). ‘Andarstrippi’: andermans land (letterlijk: strook). En ‘ferthbero’: een brenger van levensgevaar. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen