verzegelde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ze·gel·de

Werkwoord

vervoeging van
verzegelen

verzegelde

  1. enkelvoud verleden tijd van verzegelen
    • Ik verzegelde. 
    • Jij verzegelde. 
    • Hij, zij, het verzegelde. 
  2. verbogen vorm van verzegeld, voltooid deelwoord van verzegelen