verzadigd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·za·digd
stellend
onverbogen verzadigd
verbogen verzadigde

Bijvoeglijk naamwoord

Niet in de woordenlijst van de Taalunie (als bijvoeglijk naamwoord)
verzadigd

  1. genoeg hebbend (van), doordat men er voldoende of te veel van heeft (b.v. gegeten)
  2. alles opgenomen hebbend wat mogelijk is (b.v. water in een spons)
  3. (scheikunde) met een enkelvoudige C-C binding tussen twee C-atomen in een molecule
  4. (natuurkunde) zoveel opgeloste stof bevattend als onder de omstandigheden (temperatuur) mogelijk is in een vloeistof of gas
  5. (natuurkunde) (van kleuren): geen wit gemengd hebbend bij een spectraalkleur
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
verzadigen

verzadigd

  1. voltooid deelwoord van verzadigen