verzachten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·zach·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van zacht met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verzachten
verzachtte
verzacht
zwak -t volledig

Werkwoord

verzachten

  1. overgankelijk minder erg maken
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.