verwoestten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·woest·ten

Werkwoord

vervoeging van
verwoesten

verwoestten

  1. meervoud verleden tijd van verwoesten
    • Wij verwoestten. 
    • Jullie verwoestten. 
    • Zij verwoestten.