verwittiging

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·wit·ti·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verwittiging verwittigingen
verkleinwoord verwittigingetje verwittigingetjes

Zelfstandig naamwoord

verwittiging v [1]

  1. het iemand iets mededelen
    • Raphael Mutiku, die na de aardbeving voor Oxfam instond voor de installatie van watervoorziening in Haïti, kreeg in juni 2010 een laatste geschreven verwittiging wegens grensoverschrijdend seksueel gedrag. Zes maanden later vernam de ngo dat de veertiger jonge vrouwen zou betalen voor seks in zijn woning. [2] 
    • Minister Schippers (Zorg, VVD) heeft op de valreep het debat over winstuitkeringen in de ziekenhuiszorg, dat vandaag zou worden gehouden, uitgesteld. De minister bood de Tweede Kamer haar excuses aan voor de „late verwittiging”. Schippers schrijft dat ze tot de conclusie gekomen is „dat onderdelen van het wetsvoorstel nog nader moeten worden onderzocht”.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen