verwittigde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·wit·tig·de

Werkwoord

vervoeging van
verwittigen

verwittigde

  1. enkelvoud verleden tijd van verwittigen
    • Ik verwittigde. 
    • Jij verwittigde. 
    • Hij, zij, het verwittigde. 
  2. verbogen vorm van verwittigd, voltooid deelwoord van verwittigen