verweven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·we·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verweven
verweefde
verweven
zwak -d

gemengd

volledig

Werkwoord

verweven [1]

  1. overgankelijk door weven (met elkaar) verbinden
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen verweven verwevener meest verweven
verbogen - verwevenere -

Bijvoeglijk naamwoord

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijvoeglijk naamwoord verweven

  1. op allerlei manieren verbonden met iets of iemand
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
verweven

verweven

  1. voltooid deelwoord van verweven

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen