verwaarloosbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·waar·loos·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen verwaarloosbaar verwaarloosbaarder verwaarloosbaarst
verbogen verwaarloosbare verwaarloosbaardere verwaarloosbaarste
partitief verwaarloosbaars verwaarloosbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

verwaarloosbaar

  1. niet de moeite om zich met iets bezig te houden
    Het aantal daalde met 3%, volgens hem een verwaarloosbare hoeveelheid.
  2. bijna niet aanwezig; in de betekenis het risico is verwaarloosbaar
Antoniemen
  1. significant
Vertalingen