verwaardigen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·waar·di·gen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

verwaardigen [2]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verwaardigen
verwaardigde
verwaardigd
zwak -d volledig
  1. wederkerend zich verlagen door iets voor het mindere volk te doen
    • Platini wil geen commentaar geven. Een bron dicht bij hem ontkent de beschuldigingen. 'Dit valse verhaal is de laatste in een reeks pogingen van Zürich om de wereld af te leiden van de ware problemen waarmee de FIFA wordt geconfronteerd. De UEFA-voorzitter zal zich niet verwaardigen te reageren op deze belachelijke aantijgingen.[3] 
    • Het blijft een intrigerende kwestie: wat te doen met het chagrijn over de salariëring van mannen in loondienst die amper risico's lopen. Ze kunnen oververmoeid raken, ze moeten zich met enige regelmaat verwaardigen tot contact met aandeelhouders, journalisten en ander gepeupel en op een kwade dag kunnen ze worden bedankt. Maar dat rechtvaardigt nog geen baas-koelieratio's van gemiddeld 19 in Nederland tot 531 in - uiteraard - de Verenigde Staten, land van mateloosheid.[4] 
Vertalingen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. verwaardigen op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Volkskrant Willem Feenstra Mark Misérus 16 augustus 2015,
  4. Volkskrant SHEILA SITALSING 25 november 2013