vervormen/vervoeging
Uiterlijk
| vervoeging van de bedrijvende vorm van vervormen | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| onbepaalde wijs | kort | lang | |||||||||
| onvoltooid | tegenwoordig | vervormen | te vervormen | ||||||||
| toekomend | zullen vervormen | te zullen vervormen | |||||||||
| voltooid | tegenwoordig | hebben[1]/zijn[2] vervormd | te hebben[3]/zijn[4] vervormd | ||||||||
| toekomend | vervormd zullen hebben[5]/zijn[6] | vervormd te zullen hebben[7]/zijn[8] | |||||||||
| onvoltooid deelwoord | voltooid deelwoord | gebiedende wijs | aanvoegende wijs | ||||||||
| vervormend | vervormd | ev. vervorm | mv. verouderd vervormt | vervorme | |||||||
| aantonende wijs | enkelvoud | meervoud | |||||||||
| onvoltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||||
| ik | jij, je | u | gij, ge | hij, zij, het | wij, we | jullie | zij, ze | ||||
| tegenwoordig (o.t.t.) | vervorm | vervormt | vervormt | vervormt | vervormt | vervormen | vervormen | vervormen | |||
| verleden (o.v.t.) | vervormde | vervormde | vervormde | vervormde | vervormde | vervormden | vervormden | vervormden | |||
| toekomend (o.t.t.t.) | zal vervormen | zult/zal vervormen | zult/zal vervormen | zult vervormen | zal vervormen | zullen vervormen | zullen vervormen | zullen vervormen | |||
| voorwaardelijk (o.v.t.t.) | zou vervormen | zou vervormen | zou(dt) vervormen | zoudt vervormen | zou vervormen | zouden vervormen | zouden vervormen | zouden vervormen | |||
| voltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||||
| ik | jij, je | u | gij | hij, zij, het | wij | jullie | zij | ||||
| onpersoonlijke lijdende vorm vervormd worden | |||||||||||
| onvoltooid | voltooid | ||||||||||
| tegenwoordig | er wordt vervormd | er is vervormd | |||||||||
| verleden | er werd vervormd | er was vervormd | |||||||||
| toekomend | er zal vervormd worden | er zal vervormd zijn | |||||||||
| voorwaardelijk | er zou vervormd worden | er zou vervormd zijn | |||||||||
| lijdende vorm vervormd worden | |||||||||||
| onbepaalde wijs | kort | lang | |||||||||
| onvoltooid | tegenwoordig | vervormd worden | vervormd te worden | ||||||||
| toekomend | vervormd zullen worden | vervormd te zullen worden | |||||||||
| voltooid | tegenwoordig | vervormd zijn | vervormd te zijn | ||||||||
| toekomend | vervormd zullen zijn | vervormd te zullen zijn | |||||||||
| enkelvoud | meervoud | ||||||||||
| onvoltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||||
| ik | jij, je | u | gij | hij, zij, het | wij | jullie | zij | ||||
| tegenwoordig (o.t.t.) | word vervormd | wordt vervormd | wordt vervormd | wordt vervormd | wordt vervormd | worden vervormd | worden vervormd | worden vervormd | |||
| verleden (o.v.t.) | werd vervormd | werd vervormd | werd vervormd | werdt vervormd | werd vervormd | werden vervormd | werden vervormd | werden vervormd | |||
| toekomend (o.t.t.t.) | zal vervormd worden | zult vervormd worden | zult vervormd worden | zult vervormd worden | zal vervormd worden | zullen vervormd worden | zullen vervormd worden | zullen vervormd worden | |||
| voorwaardelijk (o.v.t.t.) | zou vervormd worden | zou vervormd worden | zou/zoudt vervormd worden | zoudt vervormd worden | zou vervormd worden | zouden vervormd worden | zouden vervormd worden | zouden vervormd worden | |||
| voltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||||
| ik | jij, je | u | gij | hij, zij, het | wij | jullie | zij | ||||
| tegenwoordig (v.t.t.) | ben vervormd | bent vervormd | bent/is vervormd | zijt vervormd | is vervormd | zijn vervormd | zijn vervormd | zijn vervormd | |||
| verleden (v.v.t.) | was vervormd | was vervormd | was vervormd | waart vervormd | was vervormd | waren vervormd | waren vervormd | waren vervormd | |||
| toekomend (v.t.t.t.) | zal vervormd zijn | zult vervormd zijn | zult vervormd zijn | zult vervormd zijn | zal vervormd zijn | zullen vervormd zijn | zullen vervormd zijn | zullen vervormd zijn | |||
| voorwaardelijk (v.v.t.t.) | zou vervormd zijn | zou vervormd zijn | zou/zoudt vervormd zijn | zoudt vervormd zijn | zou vervormd zijn | zouden vervormd zijn | zouden vervormd zijn | zouden vervormd zijn | |||