vervormen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·vor·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vervormen
vervormde
vervormd
zwak -d volledig

Werkwoord

vervormen

  1. (overgankelijk) de vorm van iets doen veranderen, meestal ten nadele ervan
    De slecht microfoon vervormde het geluid danig.
  2. (ergatief) het proces van vormverandering, gewoonlijk in negatieve zin
    Het geluid vervormde danig door de slechte kwaliteit van de microfoon.
Vertalingen