vervloeking

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·vloe·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vervloeking vervloekingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vervloeking v

  1. uitspraak waarbij iets of iemand iets slechts wordt toegewenst vaak uit naam van een opperwezen
    • In Nederland is de gevoelswaarde die aan ‘racisme’ wordt gehecht absoluut en ‘digitaal’. ‘Een beetje racistisch’ is bijna even onvoorstelbaar als ‘een beetje zwanger’. Het woord is beladen met de zwaarste zonden van onze voorouders de woestijn in gejaagd en het gebruik ervan staat gelijk aan een vervloeking. Daardoor is het ongeschikt voor debat en beleid, die immers betrekking hebben op een ‘analoge’ werkelijkheid. [1] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Herman Vuijsje 3 januari 2014
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be