vervingen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • ver·vin·gen

Werkwoord

vervoeging van
vervangen

vervíngen

  1. meervoud verleden tijd van vervangen
    • Wij vervíngen. 
    • Jullie vervíngen. 
    • Zij vervíngen. 

Zelfstandig naamwoord

vérvingen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord verving