verversen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ver·sen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van vers met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verversen
ververste
ververst
zwak -t volledig

Werkwoord

verversen

  1. overgankelijk aanvullen met nieuwe, verse spullen
    • Het aanbod op de website wordt elke dag ververst. 
    • De commissie wordt jaarlijks ververst met nieuwkomers. 
  2. overgankelijk verbruikte, opgebruikte dingen vervangen door nieuwe, ongebruikte
    • Ik ververs de olie van mijn auto. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.