vervalst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·valst
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van vervalsen: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
vervalsen

vervalst

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vervalsen
    • Jij vervalst. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vervalsen
    • Hij vervalst. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van vervalsen
    • Vervalst! 
vervoeging van: vervalsen…
verbogen vorm: vervalste

vervalst

  1. voltooid deelwoord van vervalsen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Gangbaarheid