vertrok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·trok

Werkwoord

vervoeging van
vertrekken

vertrok

  1. enkelvoud verleden tijd van vertrekken
    • Ik vertrok. 
    • Jij vertrok. 
    • Hij, zij, het vertrok. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.