vertoon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·toon
enkelvoud meervoud
naamwoord vertoon vertonen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vertoon o

  1. het tonen of laten zien
    • Op vertoon van je abonnement mag je de trein nemen. 

Werkwoord

vervoeging van
vertonen

vertoon

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vertonen
    • Ik vertoon. 
  2. gebiedende wijs van vertonen
    • Vertoon! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vertonen
    • Vertoon je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.