vertikken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·tik·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vertikken
vertikte
vertikt
zwak -t volledig

Werkwoord

vertikken

  1. absoluut het ~ niet functioneren, niet doen
    • Hij vertikte het ten enenmale. 
  2. inergatief ~ om wiegeren iets te doen
    • Er werd weer eens vertikt om de rommel op te ruimen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.