vertikken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·tik·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vertikken
vertikte
vertikt
zwak -t volledig

Werkwoord

vertikken

  1. (absoluut) het ~ niet functioneren, niet doen
    Hij vertikte het ten enenmale.
  2. (inergatief) ~ om wiegeren iets te doen
    Er werd weer eens vertikt om de rommel op te ruimen.