vertienvoudigden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·tien·vou·dig·den

Werkwoord

vervoeging van
vertienvoudigen

vertienvoudigden

  1. meervoud verleden tijd van vertienvoudigen
    • Wij vertienvoudigden. 
    • Jullie vertienvoudigden. 
    • Zij vertienvoudigden.