Naar inhoud springen

vertel

Uit WikiWoordenboek
  • ver·tel
vervoeging van
vertellen

vertel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vertellen
    • Ik vertel. 
  2. gebiedende wijs van vertellen
    • Vertel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vertellen
    • Vertel je? 
     'Olive, vertel me wat hij zei.' Olive draaide zich om naar haar moeder en schrok van de bezorgde uitdrukking op haar gezicht.[1]
     ' 'Wat is er gebeurd?' 'Dat vertel ik je nog wel,' zei ik, want ik kon moeilijk tijdens de opening zeggen dat ik dacht dat de schilderijen die hier hingen helemaal niet van Isaac Robles waren en dat de echte maker ervan haar geheim mee het graf in had genomen.[1]
  1. 1 2
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704