versuften
Uiterlijk
- ver·suf·ten
| vervoeging van |
|---|
| versuffen |
versuften
- meervoud verleden tijd van versuffen
- Wij versuften.
- Jullie versuften.
- Zij versuften.
- Wij versuften.
- Het woord versuften staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.