versterking

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ster·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord versterking versterkingen
verkleinwoord versterkinkje versterkinkjes

Zelfstandig naamwoord

versterking v

  1. het versterken, krachtiger maken
    • De versterking van sommige dijken is hoogst noodzakelijk. 
  2. extra hulp in probleemsituaties
    • Gelukkig is de versterking onderweg. 
  3. een fortificatie
    • Als we deze versterking moeten overgeven hebben we een groot probleem. 
  4. (natuurkunde), (elektronica) het groter worden van een elektrisch signaal
    • De versterking moet wel over het gehele frequentiegebied gelijkmatig zijn. 
  5. (natuurkunde), (elektronica) de mate waarin een schakeling van elektronische componenten, een toegevoerd signaal in spanning doet toenemen
    • Een versterking van 50 dB is ruim voldoende. 
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie