versterker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ster·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord versterker versterkers
verkleinwoord versterkertje versterkertjes

Zelfstandig naamwoord

versterker m

  1. een middel waarmee een toename in aantal, of een krachtiger effect wordt bereikt
    • Een megafoon is een versterker van geluid. 
  2. (elektronica) een schakeling van elektronische componenten die een toegevoerd signaal in spanning doet toenemen
    • Een versterker dient het signaal te vergroten, zonder het te vervormen of er stoorsignalen aan toe te voegen. 
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be